
Op dinsdag 20 januari heeft het Westfries Museum in Hoorn een bijzondere aanvulling op haar collectie ontvangen: de knipwerken uit de nalatenschap van Charles van der Meij. Deze officiële overdracht vond plaats in het depot van het museum waarbij zijn zoon en dochter, Arian en Vivian, samen met andere familieleden persoonlijk aanwezig waren. De schenkings-overeenkomst werd ondertekend door Maja Houtman, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Papierknipkunst.
De familie Van der Meij is verheugd dat het werk van Charles van der Meij nu een prominente plek krijgt binnen de grootste museale knipkunstcollectie van Nederland. Amanda Vollenweider: “We zijn ontzettend blij met deze schenking. De knipwerken van Charles van der Meij sluiten prachtig aan bij onze collectie. Het is een waardevolle aanvulling die ons helpt om thema’s op nieuwe manieren te presenteren. We gaan er goed voor zorgen.”
Grootste collectie
Het Westfries Museum beheert de grootste museale knipkunstcollectie van Nederland sinds de overdracht door het voormalige Nederlandse Museum voor de Knipkunst in Schoonhoven. Charles van der Meij, geboren in Enkhuizen, raakte in de eind 1970 geïnspireerd door historische knipkunst tijdens zijn werk bij het Zuiderzeemuseum. Oorspronkelijk opgeleid als schilder, bleek hij een begaafd knipkunstenaar. Via cursussen en knipkringen maakte hij zich het ambacht eigen en ontwikkelde hij een unieke stijl.
Rijke geschiedenis
Knipkunst kent in Nederland een rijke geschiedenis. Vooral in de 17e eeuw was deze kunstvorm bijzonder populair onder vrouwelijke leden van welvarende families, die beschikten over papier, instrumenten en vrije tijd. In deze periode werd knipkunst beschouwd als een kunstzinnige bezigheid voor de elite en namen beroemde knipkunstenaars als Joanna Koerten-Blok een vooraanstaande plaats in. Haar werk, waaronder het beroemde ‘Romeinse Vrijheid’, trok zelfs bezoekers van internationale allure, zoals tsaar Peter de Grote. Dit fameuze werk is ook onderdeel van de collectie van het Westfries Museum.
Passie voor knippen
Vanaf de 18e eeuw verspreidde de knipkunst zich van de grachtenpanden naar het platteland. In West-Friesland kwam de kunst tot grote bloei, en vooral in de stolpboerderijen werd de knipkunst intensief beoefend. Ook ontstond er in binnen- en buitenlandse salons een ware passie voor het knippen van silhouetportretten (‘zwartjes’) waarbij onder andere beroemdheden als Mozart en Belle van Zuylen vereeuwigd werden. Charles van der Meij knipte in die traditie ook zijn zoon en dochter in silhouet.
Nationaal erfgoed
Met de overdracht van de werken van Charles van der Meij zet het Westfries Museum zich actief in om deze traditie levend te houden, en de artistieke en historische waarde van de knipkunst te blijven uitdragen.
De collectie van het Westfries Museum vormt immers nationaal erfgoed en draagt bij aan de zichtbaarheid van deze bijzondere kunstvorm.
Westfries Museum, locatie Boterhal, Kerkstraat 39 in Hoorn, www.westfriesmuseum.nl